Afvalwater
Waterschap De Dommel scoort internationaal goed
publicatiedatum 29-04-2008
Het waterschap presteert goed met weinig middelen. Dit blijkt uit een internationale vergelijking tussen 30 drink-, riolerings-, en afvalwaterzuiveringbedrijven in 10 Noord-Europese landen. Bij Waterschap De Dommel voldoet 99,5% van het gezuiverde afvalwater aan de lozingsnormen. Dat is ongeveer 10% hoger dan het gemiddelde.
Internationale vergelijking
De North European Benchmarking Co-operation (NEBC) heeft in het najaar van 2007 het onderzoek uitgevoerd. In maart zijn de resultaten bekend geworden. In de vergelijking zijn zowel processen met betrekking tot drinkwater als riolering en afvalwaterzuivering met elkaar vergeleken. Van de waterbedrijven die deelnamen waren er 13 met afvalwaterzuivering-activiteiten, net als Waterschap De Dommel. De reden voor het waterschap om deel te nemen is vooral om de horizon te verbreden waardoor er nieuwe impulsen komen om de eigen bedrijfsvoering verder te verbeteren.
Resultaten
Uit verschillende indicatoren blijkt dat Waterschap De Dommel relatief goed presteert met weinig middelen. De belangrijkste indicator betreft het percentage van het behandelde afvalwater dat voldeed aan de lozingsnormen. Hierop scoort het waterschap met 99,5% beter dan het gemiddelde van 90,9%.
Het aantal mensen dat het waterschap inzet specifiek voor het afvalwaterzuiveringsproces is relatief laag in vergelijking met de andere waterbedrijven (0,55 fte/ mljn m3 ten opzichte van 0,8 gemiddeld). Daarentegen is het aandeel van ondersteuning in vergelijking met de andere deelnemers relatief hoog.
Lastig vergelijken
Een belangrijke kanttekening bij de resultaten is dat 10 van 16 waterbedrijven zowel de afvalwaterzuivering als de afvalwaterinzameling en het afvalwatertransport in handen hebben. De andere waterbedrijven hebben of alleen inzamelings- en transportactiviteiten of alleen transport en zuiveringsactiviteiten. Hierdoor zijn de kosten minder goed met elkaar te vergelijken. Bij de resultaten kan tevens de vraag worden gesteld in hoeverre de prestaties worden beïnvloed door verschillen in de omgevingsfactoren. Deze verschillen zijn immers op nationaal niveau al aanwezig en zullen op internationaal niveau alleen maar groter zijn
Conclusie
Algemeen is het waterschap blij met het globale oordeel dat uit de vergelijking naar voren komt. Het is een bevestiging van het beeld dat ook uit andere vergelijkingen naar voren komt. Naar het aandeel van de overhead wordt momenteel een onderzoek uitgevoerd waar ook gekeken wordt naar mogelijke verbeteringen.
Internationale vergelijking
De North European Benchmarking Co-operation (NEBC) heeft in het najaar van 2007 het onderzoek uitgevoerd. In maart zijn de resultaten bekend geworden. In de vergelijking zijn zowel processen met betrekking tot drinkwater als riolering en afvalwaterzuivering met elkaar vergeleken. Van de waterbedrijven die deelnamen waren er 13 met afvalwaterzuivering-activiteiten, net als Waterschap De Dommel. De reden voor het waterschap om deel te nemen is vooral om de horizon te verbreden waardoor er nieuwe impulsen komen om de eigen bedrijfsvoering verder te verbeteren.
Resultaten
Uit verschillende indicatoren blijkt dat Waterschap De Dommel relatief goed presteert met weinig middelen. De belangrijkste indicator betreft het percentage van het behandelde afvalwater dat voldeed aan de lozingsnormen. Hierop scoort het waterschap met 99,5% beter dan het gemiddelde van 90,9%.
Het aantal mensen dat het waterschap inzet specifiek voor het afvalwaterzuiveringsproces is relatief laag in vergelijking met de andere waterbedrijven (0,55 fte/ mljn m3 ten opzichte van 0,8 gemiddeld). Daarentegen is het aandeel van ondersteuning in vergelijking met de andere deelnemers relatief hoog.
Lastig vergelijken
Een belangrijke kanttekening bij de resultaten is dat 10 van 16 waterbedrijven zowel de afvalwaterzuivering als de afvalwaterinzameling en het afvalwatertransport in handen hebben. De andere waterbedrijven hebben of alleen inzamelings- en transportactiviteiten of alleen transport en zuiveringsactiviteiten. Hierdoor zijn de kosten minder goed met elkaar te vergelijken. Bij de resultaten kan tevens de vraag worden gesteld in hoeverre de prestaties worden beïnvloed door verschillen in de omgevingsfactoren. Deze verschillen zijn immers op nationaal niveau al aanwezig en zullen op internationaal niveau alleen maar groter zijn
Conclusie
Algemeen is het waterschap blij met het globale oordeel dat uit de vergelijking naar voren komt. Het is een bevestiging van het beeld dat ook uit andere vergelijkingen naar voren komt. Naar het aandeel van de overhead wordt momenteel een onderzoek uitgevoerd waar ook gekeken wordt naar mogelijke verbeteringen.
