NWP Weblog
Lees hier de persoonlijke verhalen of verslagen van NWP'ers over missies, beurzen of evenementen.
- Nederlandse watersector aan de slag in New York
- H209 - Dutch Dialogues in New Jersey
- De "Bop": wanneer is een markt een markt?
- Rampenproject
- Vanaf nu werken we vanuit Den Haag!
- Een nationaal Deltaplan met internationale allure
- Niets doen is geen optie
- Ongewenste windstilte
- In gesprek met de premier
- Niet bolwerken maar netwerken
- Van twee naar drie pijlers
Nederlandse watersector aan de slag in New York
Femke Smeets - 10 september 2009
Heemskerk en Aboutaleb geven startschot voor samenwerking
Waar H209 gisteren in het teken stond van het delen van ervaringen en visies over de uitdagingen die New York en Nederland de komende jaren te wachten staan, was vandaag het moment om gezamenlijk concrete oplossingen te bedenken en afspraken te maken.
En dit gebeurde meteen op hoog niveau. Staatssecretaris Heemskerk van Economische Zaken, burgemeester Abouteleb van Rotterdam en professionals van Arcadis, DHV, Fugro en Deltares gaven samen met de stad New York het startschot voor een structureel trans-Atlantisch samenwerkings-programma. Nederlandse waterexperts gaan zich samen met de New York Port Authority storten op de herontwikkeling van the South West Brooklyn Waterfront.
Een duurzaam havengebied, tevens aantrekkelijk om in te wonen, werken en recreëren. Dat is wat New York beoogt met ‘the waterfront’ van de populaire wijk Brooklyn. De visie van de Nederlandse partijen op de “Brooklyn Case” werkt overtuigend. Steden als Rotterdam en Amsterdam zouden als voorbeeld moeten dienen voor de ontwikkeling van Brooklyn, aldus Richard Roper, directeur planning van de Port Authority van New York en New Jersey. Hij heeft onze steden echter sinds 2003 niet meer met eigen ogen mogen aanschouwen. Hoog tijd om daar verandering in te brengen. En wel in januari 2010, dan krijgen de plannen van vandaag concreet vorm met een missie van Nederlandse waterprofessionals naar New York. Een vruchtbare en inspirerende bijeenkomst dus! Maar hoe kan dat ook anders als je in deze ruimte samenkomt: een ronde glazen torenkamer met adembenemend uitzicht op het Vrijheidsbeeld en het financiële hart van Manhattan.
Wat we kunnen concluderen na twee inspirerende dagen is dat water, mede door klimaatverandering, een steeds grotere invloed zal hebben op het leven in de “urban deltas” New York en Nederland. Stedelijke ontwikkeling, planning, behoud van ecosystemen, recreatie, bescherming van de stad, emergency management, alles hangt samen met water. De watermanagers van de 21e eeuw staan voor een behoorlijke uitdaging, maar het enthousiasme en inzicht van de Nederlandse en Amerikaanse deelnemers van de afgelopen twee dagen belooft een kansrijke toekomst.
H209 - Dutch Dialogues in New Jersey
Femke Smeets - 9 september 2009
Het eerste wat opvalt aan H209 Forum is de grote opkomst en het enthousiasme van de deelnemers. Om 7 uur ’s ochtends al staat een groep mensen te wachten bij de pier in Battery Park, de plek waar Henry Hudson 400 jaar geleden met zijn Halve Maen aanmeerde. Bij de openingsspeech zit het immense Liberty Science Center vol met Amerikaanse en Nederlandse professionals, klaar om met elkaar de uitdagingen aan te pakken die de 21e eeuw ons biedt.
Wat H209 zo leuk en leerzaam maakt is het grote verschil in aanpak. Dit komt tijdens de presentaties meerdere malen naar voren. De bestaande uitdagingen, die steeds groter en complexer worden door klimaatverandering, lijken erg op elkaar. Maar de manier van benaderen verschilt enorm. Zo vertelt Robert Kennedy Junior gepassioneerd over hoe de Hudson rivier is getransformeerd van een van de meest vervuilde en vergiftigde rivieren van de VS naar een rijke rivier met de meeste vissoorten van het Westelijk halfrond. Hoe zo’n omslag kon plaatsvinden? Mr. Kennedy heeft meer dan 400 rechtszaken aangespannen tegen de vervuilers. En gewonnen!
Tijdens de “Dutch Dialogues, presenting the Dutch Design Approach” workshop wordt duidelijk hoe het verschil in oppervlak dat een land ter beschikking heeft kan leiden tot grote verschillen in het gebruik ervan. Cees Veerman en Tineke Huizinga vertelden het ’s ochtends al in de plenaire sessies en Dale Morris weet het nu ook spitsvondig te formuleren. Als Nederland zijn we gewend om lang vooruit te plannen, ons land zorgvuldig in te delen, met alle stakeholders rekening te houden, stedelijke ontwikkeling te integreren met water management, duurzaam gebruik te maken van onze natuur, en ga zo maar door. Als we dit niet doen wordt ons kleine landje onleefbaar en wat is het alternatief? We kunnen niet 16 miljoen mensen verhuizen naar onze westerburen.
In de VS komt het besef van duurzaam gebruik van natuurlijke bronnen nu pas. Lange tijd heeft men nooit verder dan een paar jaar vooruitgedacht, en het land waarop men leefde onvoldoende ontwikkeld en onvoldoende beschermd. Katrina heeft Amerikaanse politici, bestuurders, stedelijk ontwikkelaars en private partijen pijnlijk duidelijk gemaakt dat duurzaam, efficiënt en vooral strategisch beleid van cruciaal belang is, waarbij stedelijke ontwikkeling en planning wordt geïntegreerd met watermanagement.
Waar H209 uiteindelijk om draait is dat we van elkaars ervaringen kunnen leren, en hierdoor in de toekomst betere beslissingen nemen. Amerikanen hebben bijvoorbeeld, mede door hun ervaringen, ongeëvenaarde expertise op gebied van disaster en emergency management. Nederlandse partijen hebben middels hun “Dutch Perspective” advies gegeven aan het US Army Corps over de heropbouw van New Orleans. Tijdens de Dutch Dialogue sessies, die het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden, wisselden experts aan beide kanten van de oceaan ervaringen en 'best practices' uit.
Vandaag kondigt Senator Mary Landrieu, verantwoordelijk voor de wederopbouw van New Orleans, in een ontroerend betoog aan dat ze samen met president Obama en Lisa Jackson, hoofd Environmental Protection Agency, aan een nieuwe bestuurlijke aanpak voor de VS werkt, geïnspireerd door het Nederlandse voorbeeld.
En dit is pas dag 1. Morgen gaan alle 400 deelnemers verder bouwen op de fundamenten die vandaag zijn gelegd.
De "Bop": wanneer is een markt en markt?
Christina Boomsma - 19 juni 2009
Het is geen verkeerd gespelde autobestuurder die geen alcohol drinkt. 'Bop' betekent 'Bottom of the Pyramid'. De economische situatie van mensen ziet eruit als een grote piramide; helemaal onderaan, waar die het breedst is, zitten de armste mensen. Die hebben allemaal een dollar of nog veel minder per dag te besteden. Naarmate je verder naar boven gaat in de piramide worden de mensen steeds rijker. Helemaal bovenin, in het puntje, zit het kleine groepje allerrijksten.
Vandaag had ik overleg met Paul van Koppen en het WASH -team van NWP. Binnenkort houden zij een grote bijeenkomst over de grensgebieden tussen hulp en zakendoen in de watersector. Twee jaar geleden ondertekenden NWP namens de watersector met minister Koenders het 'WASH' akkoord op het Schokland evenement. In dat akkoord staat het commitment om zoveel mogelijk bij te dragen aan het millenniumgoal op het gebied van water, sanitatie en hygiene (WASH). 'Halveer het aantal mensen dat geen schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen heeft in 2015', is in het kort de boodschap van deze VN doelstelling. Het gaat om miljarden mensen, dus dat betekent nogal wat. Die mensen vind je voor een groot deel in de bottom of the pyramid.Vanuit Nederland gaven wij de commitment om 50 miljoen mensen te van schoon drinkwater te voorzien.
Voor dat doel is bij NWP het WASH team ondergebracht. Zij brengen bedrijfsleven en overheden in de watersector in contact met ontwikkelingsorganisaties, smeden nieuwe samenwerkingsverbanden, gaan op zoek naar innovaties en geld. 'Trade not aid' is een opvatting die steeds vaker opgeld doet. Maar wanneer kun je van een markt spreken. Wanneer is het voor een bedrijf rendabel om zaken te doen? Vanaf een inkomen van twee dollar per dag? Of vier? Veel bedrijven hebben wel oog voor het goede doel, maar het is logisch dat daar een grens aan zit. Dankzij microfinanciering en steeds verdere samenwerking tussen NGO's en bedrijfsleven gaat de inkomensgrens waaronder men zaken kan doen wel naar beneden. Maar het komt nog veel te vaak voor dat bedrijven zich halsoverkop op een markt storten zonder eerst te rade te gaan bij organisaties die daar al jarenlang actief zijn. Bovendien zijn veel Nederlandse waterbedrijven publieke bedrijven. Hoeveel geld mogen zij eigenlijk besteden in het buitenland? Op de laatste 'Waterpoort' bijeenkomst sprak Frank Heemskerk zich daar al over uit. Water zal in de toekomst steeds vaker onderwerp zijn van dit soort fundamentele discussies. In de economie, in milieu en klimaat, maar dus ook in ontwikkelingssamenwerking. Het WASH team betrekt zoveel mogelijk partijen uit de sector bij deze discussie. U kunt binnenkort een uitnodiging verwachten.
Rampenproject
Frank Andriessen - 22 december 2008
Nu bijna jaar aan het werk bij het NWP en getroffen door het enthousiasme van de collega’s en het dynamische werkveld. Als een deel van mijn werk kan ik de schouders zetten onder het project om vorm te geven aan een risk reduction water partnership, voorheen bekend als rapid response team. Van oorsprong gaat het erom wat de Nederlandse watersector gaat doen als ergens in de wereld een waterramp gebeurt. Daar is bijgekomen: Wat kunnen we doen ter voorkoming van rampen en rampgevolgen in kwetsbare gebieden in de wereld?
Om een goede indruk te krijgen van de ins & outs voor dit “rampenproject” heb ik de afgelopen maanden vele verkennings- en kennismakingsgesprekken kunnen voeren. Dat is meteen een goede gelegenheid gebleken om voeling te krijgen met wat er leeft in de watersector, en hoe men aankijkt tegen mogelijke activiteiten die gericht zijn op watergerelateerde risicoreductie vanuit verschillende invalshoeken. Heel interessant en inspirerend om al die meningen te horen. Bij elk gesprek die je weer nieuwe informatie op.
Tegelijkertijd raken de mensen met wie je spreekt geïnteresseerd in dat wat je wilt opbouwen en de ideeën die je voorstelt. Bijzonder is ook dat de meeste gesprekspartners het blijken te waarderen dat je hen opzoekt en belangstelling hebt voor hun werk, hun meningen en inzichten. Op deze manier een goed contact opbouwen vind ik een mooie basis voor verder samenwerken.
Ook bijzonder vind ik de uitdaging om verbinding te leggen tussen al die verschillende invalshoeken. Want we hebben bij dit onderwerp niet alleen de watersector aan tafel, maar ook mensen uit de wereld van klimaat, duurzaamheid, veiligheid, openbare orde, ontwikkelingssamenwerking, enz. enz.
Dat kwam eens te meer tot uiting in de werkconferentie over het Risk Reduction Water Partnership die we hebben georganiseerd. Die conferentie heeft vorige week plaatsgevonden bij het Hoogheemraadschap Delfland. Bijna 60 aanmeldingen, en deelnemers die met veel elan en enthousiasme met elkaar in gesprek kwamen. Veel medewerking ook van de sprekers en de gespreksleiders van de workshops. Het geeft mij een zeer goed gevoel hoe geslaagd de bijeenkomst was, doordat er hoeveel mensen iets willen met dit onderwerp.
Vanaf nu werken we vanuit Den Haag!
Lennart Silvis - 15 december 2008
Vanaf vandaag zitten we als NWP in Den Haag. En wel op Bezuidenhoutseweg nummer 2. Waar dat is? Vijf minuten lopen vanaf station Den Haag Centraal. Recht tegenover het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Op een steenworp afstand van de plek waar VNO-NCW over de Utrechtse Baan heen torent. Kortom, centraal gelegen!
't Was even wennen vanochtend. Als inwoner van Delft was mijn woon-werkverkeer tot op heden beperkt tot nog geen kilometer fietsen. Nu komt daar opeens een treinritje en een korte wandeling in Den Haag bij. Geen klagen: ben nog steeds binnen een half uur op mijn werk. De eerste werkdag in Den Haag. Bij binnenkomst ontvangen we een toegangspas. Meteen op de foto voor het smoelenboek. Dan kunnen we straks snel de namen en gezichten van de medebewoners van het pand leren. Want niet alleen NWP, maar ook het IRC, AKVO, Partners voor Water, CPWC en Matchplus bewonen dit "International Water House".
En dan rondkijken. Sfeer proeven. De eerste indruk is belangrijk. En die is goed! Onze verdieping is strak. Veel licht. En het functioneert: de laptop is zonder een probleem aangesloten op het vertrouwde netwerk. De telefoon gaat al over. Aan de slag! Die verhuisdozen komen later wel.
Een nationaal Deltaplan met internationale allure
Lennart Silvis - secretaris netwerk Deltatechnologie - 5 september 2008
Radio, televisie en schrijvende pers verdringen zich in - heel toepasselijk - de Deltazaal van het Bel Air Hotel in Den Haag voor een goede plek. Een grote groep bestuurders, waterprofessionals en andere nieuwsgierigen geniet van de aandacht voor hun 'waterland'. Zij krijgen bevestigd dat hun vak ergens over gaat. Het gaat iedereen aan. Het bewijs is daar: de draaiende camera van de NOS, de straalwagen voor de deur. Veerman presenteert de bevindingen van zijn Deltacommissie live op TV.
Het mooie is dat het advies van Veerman komt zonder dat er een waternoodsramp aan vooraf is gegaan. Dat was anders met de eerste Deltacommissie, die rap na de watersnoodramp in 1953 werd ingesteld. Dat was anders met de aanleg van de Afsluitdijk. Waarom dan nu wel pro-actief? Is het Al Gore die de wereld - en ook Nederland - wakker schudde met zijn doom-scenario's over de gevolgen van klimaatverandering? Heeft de ramp in New Orleans - heel cru - meer tot onze verbeelding gesproken dan de vele overstromingen in bijvoorbeeld Bangladesh, China of Indonesie? Of is het de nuchtere Hollander die kosten en baten van investeren in de veiligheid tegen overstromen afweegt. Hoe dan ook: van goed nadenken over de veiligheid van het dichtbevolkte, laaggelegen Nederland kunnen we geen spijt krijgen.
Terug naar de Deltazaal. Met een film schetst de Deltacommissie de 'urgente opgave' waar Nederland voor staat. Klimaatverandering komt. De zeespiegel stijgt, en flink. Rivieren voeren meer af in de winter. Minder in de zomer. De film staat stil bij de ramp in 1953, en noemt evacuaties in 1994. Een reeks van aanbevelingen komt voorbij - telkens ingeleid door mooie beelden. Het valt me op hoe concreet de aanbevelingen richting geven. De Hollandse kust versterken door extra zand aan te brengen; dus geen eilanden. Het IJsselmeer zoet houden en 1,5 meter opzetten; dus geen pompen of zoet-zout gradienten. Een Deltawet, een deltaregisseur en een Deltafonds om slagvaardig te kunnen zijn. Wat de commissie betreft kunnen we vanaf vandaag met woord en daad aan de slag. Met de eerste exemplaren van het advies van de Deltacommissie in de hand, pakken Minister President Balkenende en Staatssecretaris Huizinga de handschoen op. "Regeren is vooruitzien", stelt Balkenende waarna hij belooft over een jaar een Deltawet te hebben. Daarin wordt ook de financiering voor het nieuwe Deltaprogramma geregeld.
Uit de eerste reacties op het advies die ik hoorde na de persconferentie, en vanavond op de radio en TV, lijkt de urgentie die Veerman heeft meegegeven breed gedragen te worden. Dit biedt perspectief om aan de slag te gaan met het uitwerken van de richtingen van Veerman tot concrete plannen. En daar ligt precies de uitdaging, want bij deze plannenmakerij komen de verschillende departementen, lagere overheden en uiteenlopende stakeholders aan een tafel. De vraag is hoe lang het leiderschap van Veerman - of straks de 'deltaregisseur' met de Deltawet in de hand - zal doorklinken en bij zal dragen aan het gevoel van urgentie dat nodig is om besluitvorming op snelheid te brengen.
Voor bedrijven en kennisinstellingen actief in de deltatechnologie biedt Veerman een lonkend perspectief. Zijn advies leidt tot uitdagende kennisvragen: bijvoorbeeld over zandsuppleties langs de kust of over 'Deltadijken'. De plannen van de Deltacommissie zijn nu nog contouren. Deze zullen lokaal uitgewerkt moeten worden. Daar begint de zoektocht naar oplossingen die rekening houden met de specifieke lokale belangen en situaties; oplossingen die meegroeien met het veranderende klimaat. Publieke en private partijen zullen samen manieren moeten vinden om niet alleen het genereren van innovatieve ideeen te stimuleren, maar om deze ook echt tot uitvoering te brengen. Het advies van Veerman is een gouden kans om de Nederlandse waterbouwtraditie te versterken. Ook internationaal zal dat gezien worden.
Niets doen is geen optie
Jet Centeno - Human Capital Water - 14 augustus 2008
Mijn eerste verhaal, dit betekent dat er meerdere zullen komen. Ik wil niet overmoedig zijn, maar er valt zoveel te vertellen over wat er allemaal gebeurt binnen het Human Capital Water programma, dat ik in ieder geval niet verlegen zal zitten om onderwerpen.
Op dit moment ben ik druk bezig met de voorbereidingen voor twee bijeenkomsten in oktober. Dan presenteren wij aan directies van organisaties en opleidingsinstituten onze plannen om het snel toenemende tekort op de arbeidsmarkt gezamenlijk aan te pakken. Wij hebben een collectieve campagne voor ogen die gericht is op contact op allerlei manieren met de verschillende doelgroepen. Daarin gaan wij verder dan de organisaties individueel doen. Wij benaderen bijvoorbeeld jongeren die nog helemaal niets weten van de watersector of er een heel ander beeld bij hebben en denken dat het niets voor hen is. Beeldvorming, voorlichting en kansen om contact te maken met opleidingen, mensen, organisaties en projecten uit de watersector dat is wat wij hen bieden. En vice versa natuurlijk, want organisaties willen en moeten in contact komen met jongeren.
De afgelopen maanden heb ik zelf veel contact gehad met HR managers, directeuren en sectie/afdelingshoofden. De landelijke stuurgroep arbeidsmarktcommunicatie van de Unie van Waterschappen reageerde enthousiast op mijn presentatie over een collectieve campagne als ook de Onri en Brabant Water. Tijdens onze Masterclasses arbeidsmarktcommunicatie in april en mei werd de noodzaak om gezamenlijk tot actie te komen onderstreept. Maar er werd ook gezegd dat de beslissers hier utieindelijk over gaan. Ik kan helaas niet iedereen persoonlijk benaderen. Daarom sturen we in september aan alle directies in de watersector een portfolio. Hierin laten we de cijfers spreken, benadrukken we het voordeel van collectiviteit en geven we een overzicht van activiteiten en kosten bij deelname.
Een echte uitdaging en soms denk ik wel eens dat het nooit gaat lukken. Al die verschillende partijen. Sommigen eigenzinnig en helemaal niet geïnteresseerd in enige samenwerking met wie dan ook. Anderen zelf enorm actief met jongeren en weer anderen nog nauwelijks doordrongen van het feit dat het geen 2 minuten voor 12 is maar zoals de cijfers zeggen: 2 seconden voor twaalf. Het alternatief is doorgaan zoals iedereen nu voor zichzelf bezig is. En levert ook niet de gewenste resultaten op. Met andere woorden: niets doen is geen optie!
Als we op 21 en 28 oktober kunnen komen tot de ondertekening van een convenant, en onze voorzitter Arie Kraaijeveld gaat zich er helemaal voor inzetten dat de aanwezigen zullen ondertekenen, dan kunnen we binnen een half jaar op de carrièrebeurzen en opleidingen laten zien hoe afwisselend, vernieuwend en uitdagend leren, studeren en werken in de wereld van water is. Dan zullen de contacten tussen jongeren, opleidingen en arbeidsmarkt toenemen en zullen er meer jongeren kiezen voor een opleiding, studie of baan in of rondom het water.
Ongewenste windstilte
Christina Boomsma - Hoofd Communicatie NWP - 22 juli 2008
Na bijna een half jaar bij het NWP ben ik het stadium van plannen maken al maanden voorbij. Ik heb geanalyseerd, ideeen opgeschreven, goedkeuring gekregen en nu zit ik dus vol in de 'concrete actie en wel meteen!' modus. Maar daar is het helemaal de verkeerde tijd voor. Alle activiteiten die ik wil ondernemen vereisen overleg met verschillende partijen.
En dat kun je nu dus wel op je buik schrijven. Het is komkommertijd! Minstens een kwart van de mensen die je voor een vergadering nodig hebt, is er in deze periode niet.
We hebben veel op stapel staan waar ik graag en snel mee verder wil. NWP is voor en door de watersector en dat willen we meer uitstralen. Met onze websites bijvoorbeeld Waterland.net heeft nu een grote functie op het gebied van waterbewustzijn voor het algemene publiek. Hier, bij NWP willen we dat het weer een echte site van en voor de watersector wordt. Met informatie over carrieremogelijkheden, een bedrijfsregister, dossiers, een goede kennismaking met de watersector, enzovoort. Daarnaast willen we kijken of we als NWP samen met de EVD meer toegevoegde waarde kunnen bieden op het gebied van nationale en internationale marketing voor de watersector. We doen op dat gebied al veel (beurzen, missies, consortia, bidboeken) maar is er bijvoorbeeld behoefte aan een gezamenlijk, digitaal uithangbord van de watersector? En wat is dan het beeld en de boodschap die de watersector over wil brengen? In welke landen? Met dat soort vragen moet je niet zelf aan de slag gaan, dat moet je aan de mensen vragen die de praktijk meemaken. Daarom zijn we bezig een klankbordgroep marketing en communicatie op te richten. En last but not least: we werken met een aantal partijen aan een netwerk voor journalisten en voorlichters uit de watersector. Maar voor al deze dingen heb je dus veel mensen en veel overleg nodig.
Hier bij NWP gebeurt veel en het gaat snel. Als zich een kans voordoet, is NWP er snel bij om deze te grijpen. Nieuwe allianties worden gesmeed, we gaan op missie met bewindslieden, we signaleren nieuwe markten en kansen en we zijn overal in de wereld waar iets voor de watersector te halen valt. Voordat we de gelegenheid hebben om de kennis en resultaten met onze achterban te delen, zijn we alweer met iets nieuws bezig. Maar de impact van wat we doen wordt veel groter als we het met meer mensen delen. Ik ga dus mijn collega's lastigvallen, hen informatie ontlokken om die vervolgens weer aan onze leden door te geven. Voor dat doel zijn we op dit moment verschillende middelen aan het ontwikkelen. Daar kunnen we wel mee verder, maar onze andere activiteiten liggen dus noodgedwongen even stil.
Komkommertijd heeft zijn voordelen. Je hebt even tijd om de website door te lopen en alles eens te updaten, om stukjes te schrijven voor waterforum online of om nog eens wat achtergrondverhalen te slijten aan de media. Of om een weblog te schrijven. Maar ik hou er niet van. Geef mij maar volle mailboxen, rinkelende telefoons, veel deadlines en veel actie.
In gesprek met de premier
Jeroen van der Sommen - directeur NWP - 16 juli - 2008
Verleden week bracht premier Balkenende een werkbezoek aan Spanje. Hij ging onder meer naar de Nederlandse expo in Zaragoza, die in het teken staat van water en duurzaamheid. 'Ons' Nederlandse paviljoen daar - waar we overigens heel trots op kunnen zijn - laat via een wandeling over een dijk en een film de geschiedenis van Nederland en water zien, om te eindigen bij het laatste inzicht: "Building With Nature" (zie de film hieronder). De premier sprak met verschillende deskundigen op dit gebied, waaronder het European Water Partnership en vertegenwoordigers van de Nederlandse watersector. Daar was ik ook bij. We spraken over klimaatverandering en hoe we ons daaraan kunnen aanpassen. Het was heel bijzonder en waardevol om op deze manier als watersector met de premier van gedachten te kunnen wisselen. Hier had hij echt de tijd, hij bleek zeer goed op de hoogte, uit alles bleek dat hij ons verhaal echt wilde horen. Ik heb mijn spreektijd benut om aan te geven dat de sector klaar is om de uitdagingen op te pakken. We hebben in het NWP grote netwerken langs de lijnen Deltatechnologie, Watertechnologie en Millennium Development Goals. Bovendien deelt iedereen dezelfde 'sense of urgency' , waardoor nieuwe partijen als Philips en IBM ook toenadering zoeken tot de watersector. IBM, nauw betrokken bij het programma 'Flood Control' , was overigens ook aanwezig. Ik vond het goed om hun uitgesproken mening over klimaatadaptatie te horen.
Ik heb premier Balkenende bovendien verteld dat wij veel hebben gehad aan het innovatieplatform. Zonder dit platform was de watersector geen sleutelgebied geworden en was er geen innovatieprogramma watertechnologie en deltatechnologie geweest. Tot slot hadden we het over onze ambities: "Nederland klimaatproof en wereldwijd een voorloper zijn op het gebied van watermanagement". Maar dan moet er nog veel gebeuren: nieuwe concepten als 'Building with Nature' moeten we dan zelf in Nederland toepassen. De expertise uit onze publieke watersector moeten we meer over de grens inzetten. Voorwaarde is wel dat die sector wel de politieke ruimte krijgt om dit te doen. De premier reageerde hier positief op en gaf aan dat er op dit punt overleg zou komen met de relevante departementen, geinitieerd door Economische Zaken.
Zoals gezegd: de 'sense of urgency' is er bij iedereen. Allerlei partijen komen ook uit hun traditionele bolwerken en zoeken contact met nieuwe partijen. Het komende jaar gaan we grote stappen zetten, dat weet ik zeker.
>PAVILION OF THE NETHERLANDS AT EXPO 2008
Niet bolwerken maar netwerken
Lennart Silvis - secretaris netwerk Deltatechnologie
11 juli 2008
Woensdag heb ik Minister Cramer met een druk op de knop het Netherlands Soil Partnership (NSP) zien lanceren. Deze nieuwe publiek-private netwerkorganisatie wil de marktkansen van Nederlandse bedrijven op de internationale markt van bodemkwaliteit en -beheer vergroten. Kortom, een NWP voor de bodem.
Uit de presentaties bleek dat het NSP kan rekenen op een startsubsidie van VROM en EZ voor de eerste drie jaar. Hiermee kan het partnership zichzelf verder vorm geven en uitbouwen.
Ook de tien initiatiefnemers, publieke partijen, bedrijven en kennisinstellingen dragen bij. Daarnaast zorgt NSP voor een kickstart door twee clusters in de lucht te helpen: een op China en een op Canada. Dit wordt vanuit het 2g@there programma van de EVD gefinancierd.
Alle sprekers tot en met Minister Cramer aan toe benadrukten het belang
van samenwerking met NWP om optimaal gebruik te maken van de ervaring
die wij als NWP hebben. In feite een compliment voor hoe we als NWP
opereren. Mooi! Vanuit de zaal werd nog gewezen op mogelijke
inhoudelijke overlap tussen NWP en NSP. En ja, inderdaad, die is er:
geen bodem zonder water, en geen water zonder bodem.
Beide partnerships noemen zich netwerkorganisatie; laten we ervoor
zorgen dat we die naam ook eer aan doen. Niet bolwerken, maar netwerken!
Graag delen we als NWP onze ervaring en leggen we de verbinding naar
NSP. Dit streven zal ook moeten gelden voor de deelnemers aan beide
partnerships, want ook binnen grote marktpartijen en kennisinstellingen
is het een uitdaging om de bodem- en de watermensen met elkaar in
contact te brengen. Alleen samen kunnen we de voor Nederland integrale
oplossingen bieden!
Van twee naar drie pijlers
Raymond Hafkenscheid - 9 juli 2008
Vandaag hadden we de officiele start van het 'WASH' (Water Sanitatie en Hygiene) secretariaat. Een beetje vreemd, want we zijn al sinds 2007 actief, maar eigenlijk kun je je geen betere start wensen. Nu hebben we al een aantal voorbeelden waaruit de toegevoegde waarde van het WASH secretariaat blijkt. Wereldwaterdag bijvoorbeeld, waar we achttien projecten hebben gekoppeld aan financiers, kennisleveranciers of andere samenwerkingspartners, of de samenwerking tussen NGO's en waterschappen. Vandaag was in feite een bevestiging van de spirit binnen NWP om naast marktwerking ook het solidariteitsbeginsel van water zo goed mogelijk te organiseren. We hebben nu binnen NWP geen twee, maar drie pijlers: Watertechnologie, Deltatechnologie en de Millennium Development Goals voor WASH.
Beperk u tot 1 MDG!
Uiteindelijk zat de zaal vol met vertegenwoordigers van NGO's, overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven. Ook minister Koenders was aanwezig. In zijn speech haakte de minister in op het feit dat schoon water nu een mensenrecht is. Daardoor kunnen burgers hun regering er nu ook op aanspreken. Koenders toonde zich enthousiast over de ontwikkelingen, maar gaf tegelijkertijd aan dat er nog veel moet gebeuren. Hij hamerde op realistische doelstellingen en focus. 'Beperk u tot Water en Sanitatie' vermaande hij de zaal toen verschillende mensen integratie van alle MDG's bepleitten.
Publiek privaat geld
De waterschappen waren goed vertegenwoordigd. Zij willen best bijdragen aan de Millennium Development Goals maar het zijn wel publieke instellingen, die draaien op publiek geld. Mogen zij dan wel middelen en mensen inzetten buiten hun regio? Als Wash secretariaat boden we meteen aan om dat te gaan onderzoeken. Waarop de minister weer aanbood dit punt aan te kaarten bij zijn collega's. Hij gaat er namelijk zelf niet over. Maar zo samen komen we wel ergens. We besloten de dag met vier concrete actiepunten voor het 'WASH' secretariaat:
- Onderzoeken ruimte voor publieke instellingen om bij te dragen aan Millennium Development Goals
- MDG's in relatie tot Europa (in Oost -Europa halen we ze ook nog niet)
- Betrekken grote multinationals bij water en sanitatie (Shell zat al in zaal, en bood aan dit punt op te pakken)
- Capaciteitsopbouw, zowel in Nederland als in ontwikkelingslanden.
Minster Koenders aan het woord, met links Raymond Hafkenscheid, rechts Dick van Ginhoven en uiterst rechts Paul van Koppen.
Begin en afscheid
Voor mij is dit begin van WASH meteen een afscheid: ik ga in augustus leiding geven aan het CPWC (Cooperative Program for Water and Climate) . Maar ik geef het stokje met een gerust hart over aan Paul van Koppen. Paul, voormalig directeur van IRC, heeft een groot internationaal netwerk waarmee het WASH secretariaat ook op internationale podia mee kan draaien. Anderhalf jaar geleden stond ik samen met Dick van Ginhoven van het Directoraat Generaal Internationale samenwerking aan de basis van het Schokland Akkoord voor de watersector. Ik zie nu veel draagvlak in de sector, een goede relatie met DGIS en een enthousiast team. Het "WASH" secretariaat staat er en maakt een vliegende start. Tot slot: we zijn veel dank verschuldigd aan het Partners voor Water, het secretariaat kwam tot stand dankzij de financiele steun van dit programma.
