Wateroverlast in Nederland
Nederland heeft regelmatig te kampen met wateroverlast, nu en in het verleden.
Vroeger werden in Nederland watersnoodrampen vooral veroorzaakt door de Noordzee, die door een zware storm wordt opgestuwd, waardoor dijken kunnen doorbreken. Bij de watersnoodramp 1953 gebeurde dit in combinatie met een springvloed.
De zee vormt tegenwoordig een minder grote bedreiging dan de grote rivieren. De gevallen van wateroverlast in het nabije verleden hebben dan ook meestal te maken met hoogwater in de rivieren door hevige regenval. Ook hevige regenval alleen, kan in een korte periode voor aanzienlijke problemen zorgen.
Een overzicht van de meest recente gebeurtenissen:
1993:
Rond de jaarwisseling 1993/1994 leidde zware regen in de stroomgebieden van de Maas en Rijn tot hoge waterstanden, watersnood en dreigende dijkdoorbraken.
1995:
Eind januari 1995 kreeg Nederland opnieuw te maken met extreme hoogwaterstanden in de Maas, Rijn en Waal. In totaal werden 250.000 mensen geëvacueerd.
1998:
Dit was het natste jaar sinds het KNMI is begonnen met het verrichten van metingen ergens halverwege de vorige eeuw. Grote delen van de provincie Overijssel ondervinden problemen door wateroverlast. Ook in het Westland (Zuid-Holland) lopen tuinderijen onder water.
2003:
De dijkdoorbraak bij Wilnis (Utrecht). Door de aanhoudende droogte in augustus is de Veendijk lichter geworden en dit heeft er voor gezord dat de dijk naar achteren is geschoven. Midden in de nacht loopt een complete woonwijk vol water. Tientallen huizen en tuinen staan dagenlang onder water.
