Waterschappen
Waterschappen
In de vroege Middeleeuwen was West-Nederland een drassig veengebied. Om de grond te kunnen bewerken en het gebied te kunnen bewonen, was ontwatering van de grond nodig. Aanvankelijk was de ontwatering en de aanleg van dijken en wateren een aangelegenheid op dorpsniveau. Het bestuur van de buurschappen (gemeenten) zorgde in die tijd voor allerlei waterstaatszaken. De dorpsbewoners (eigenaren van de grond) voerden dit werk vaak zelf uit.
Vanaf de 11e eeuw trad hierin een geleidelijke verandering op: landeigenaren waren vaak niet meer de bewoners van de dorpen. Ze woonden zelf in de stad en verpachtten de grond aan boeren. Daardoor vielen hun belangen steeds minder samen met die van de dorpsgemeenschappen. Bovendien bleken dijkaanleg en afvoer van water zaken die de grenzen van de buurschappen overschreden.
In de 13e eeuw begonnen de belanghebbenden eigen samenwerkingsverbanden te vormen, waarmee de eerste waterschappen ontstonden. Deze samenwerking kwam niet alleen tot uiting in werkzaamheden, maar ook in medezeggenschap in het bestuur. Daarmee zijn de waterschappen de oudste vorm van democratisch bestuur in Nederland.
(Bron: Unie van Waterschappen)
Vanaf de 11e eeuw trad hierin een geleidelijke verandering op: landeigenaren waren vaak niet meer de bewoners van de dorpen. Ze woonden zelf in de stad en verpachtten de grond aan boeren. Daardoor vielen hun belangen steeds minder samen met die van de dorpsgemeenschappen. Bovendien bleken dijkaanleg en afvoer van water zaken die de grenzen van de buurschappen overschreden.
In de 13e eeuw begonnen de belanghebbenden eigen samenwerkingsverbanden te vormen, waarmee de eerste waterschappen ontstonden. Deze samenwerking kwam niet alleen tot uiting in werkzaamheden, maar ook in medezeggenschap in het bestuur. Daarmee zijn de waterschappen de oudste vorm van democratisch bestuur in Nederland.
(Bron: Unie van Waterschappen)
