Watergebruik in de landbouw
Irrigatie
In de droge landen van de wereld is water een kostbaar goed. Op veel plaatsen is de regenval óf te gering óf te onbetrouwbaar om een goede oogst te garanderen. Daarom past men irrigatie toe om een goede oogst te verkrijgen. Irrigatie is het door de mens toedienen van extra water voor de gewassen.
Er worden verschillende vormen van irrigatie toegepast.
In Azië is de uitdaging om de irrigatie te moderniseren groot. Het probleem is eenvoudig: rijst is het belangrijkste gewas in Azië, en als het op de traditionele manier wordt geproduceerd, moeten de akkers onder water gezet worden, wat veel water kost. Het water dat voor de traditionele rijstbouw wordt gebruikt, is moeilijk te regelen en terug te winnen. Op sommige terreinen wordt echter vooruitgang geboekt en wordt gereinigd afvalwater hergebruikt voor de bevloeiing van rijstsawa's. Sawa’s (zie plaatje hieronder) zijn terrassen tegen een helling. Deze terrassen worden bij elkaar gehouden door kleine dijkjes, die er ook voor zorgen dat het water wordt vastgehouden. Het water dat uit de sawa's wegstroomt, wordt verzameld, gereinigd en opnieuw gebruikt voor bevloeiing.
Bij een normaal irrigatiesysteem stroomt het water stroomt door hoofdkanaaltjes, dit zijn de geulen tussen de gewassen. Om water te besparen gebruikt men de piekmethode. Met deze methode laat je om de zoveel tijd een hoeveelheid water door de geulen stromen, waardoor er zo min mogelijk water verdampt en zoveel mogelijk water wordt opgenomen door de plant.
Een andere veel gebruikte methode is het bevloeien van de gewassen met behulp van sproeiers. Bij deze methode gaat veel water verloren doordat een groot gedeelte van het water verdampt voordat het de bodem bereikt. Om de verdamping te beperken beregent men vaak ’s nachts.
De meest effectieve en waterbesparende irrigatiemethode is druppelirrigatie (zie foto hieronder). Dit is een systeem waarbij een kunststofslang een afgemeten hoeveelheid vocht bij de plant brengt.
Op de kunststofslang is bij elke plant een druppelaar aangebracht die een bepaalde hoeveelheid water doorlaat. Druppelirrigatie voorkomt verzilting van de bodem en gebruikt slechts 5% van het water dat bij traditionele methoden nodig is.
Waar komt het water vandaan dat nodig is voor irrigatie?
Veel water komt uit watervoerende aardlagen. Deze lagen bevatten de voornaamste zoetwatervoorraden van de aarde. Maar de mensheid tapt veel meer water af dan door de natuurlijke waterkringloop vervangen kan worden. Door het overmatige gebruik van grondwater en het lage aanbod van infiltratie in de bodem, raken grondwaterbronnen uitgeput. Dit kan verdroging tot gevolg hebben. Klik hier voor meer informatie over verdroging.
Naast het gebruiken van grondwater wordt er op grote schaal gebruik gemaakt van oppervlaktewater. Dit water kan opgepompt worden uit rivieren en of kanalen.
Omdat vaak veel land bevloeid moet worden legt men stuwdammen aan om meer gebieden van water te kunnen voorzien. In de twintigste eeuw zijn er heel veel stuwdammen gebouwd. Machtige rivieren werden beteugeld en er werden indrukwekkende irrigatiesystemen ontwikkeld. De mensheid is zo fanatiek gaan bouwen dat geschat wordt dat zestig procent van de beken en rivieren op de wereld min of meer getemd zijn.
Deze grote en kleine stuwdammen zijn nuttig voor irrigatie maar hebben het milieu grote schade toegebracht, om nog maar te zwijgen over de gevolgen voor de miljoenen mensen die moesten verhuizen.
In de wereld is men niet altijd verantwoord omgegaan met irrigatie. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het Aralmeer in Centraal-Azië. Mensen hebben gedurende lange tijd grote hoeveelheden water weggeleid uit de rivieren die het meer voedden, om het te gebruiken voor de katoenplantages. Als gevolg hiervan bereikte veel minder water het meer. Voordat men irrigeerde was het Aralmeer het achtste meer in grootte op aarde (zo groot als Ierland). Sinds 1950 is het meer, meer dan gehalveerd en als het in het huidige tempo blijft krimpen is het rond 2020 geheel verdwenen.
Irrigatie is lang als een soort wondermiddel beschouwd in de landbouw. In ontwikkelingslanden werden er productiestijgingen van honderd tot vierhonderd procent mee bereikt. Maar irrigatie heeft ook veel negatieve bijeffecten gehad, zoals verzilting.
bron: Nederlands Watermuseum
