Huishoudelijk watergebruik
In de afgelopen drie jaar is het dagelijks huishoudelijk drinkwatergebruik met ruim 1% licht gedaald (2001). Wel is de bijdrage van de verschillende deelverbruiken behoorlijk veranderd. Hieronder ziet u in een tabel de overzichten deelgebruiken (liter per persoon per dag en in procenten).
De douche is met 33,3% het grootste deelverbruik in 2001. Door iets langer en vaker te douchen is het dagelijkse verbruik met 2,3 liter toegenomen. De toename wordt echter gecompenseerd door een sterke afname van het verbruik van het bad. De gemiddelde Nederlander verbruikt in 2001 3,7 liter badwater per dag - een afname van maar liefst drie liter!
Een belangrijke afname heeft eveneens plaatsgevonden bij het water dat via het toilet gebruikt wordt: vooral door een toename van het aantal spoelonderbrekers is het verbruik gedaald van gemiddeld 6,1 naar 5,8 liter per spoelbeurt. Voornamelijk de groep 65+ en de tweepersoonshuishoudens verbruiken relatief veel toiletwater. Daarnaast gebruiken vrouwen meer toilet water dan mannen, omdat ze vaker van het toilet gebruik maken.
De wasmachine wordt vaker gebruikt, maar doordat het verbruik per keer door verbetering van techniek steeds minder wordt, is het dagelijkse verbruik per hoofd afgenomen tot 22,8 liter, een afname van 0,4 liter per persoon per dag.
Het gebruik van de vaatwasmachine is enorm toegenomen; beschikte in 1998 35% van alle mensen over een vaatwasmachine, nu is dat gestegen tot iets meer dan de helft (51%). Omdat de vaatwasmachine (net zoals bijvoorbeeld de wasmachine) een apparaat is dat voor het hele huishouden gebruikt wordt, valt het verbruik per persoon wel mee. Momenteel wordt door de vaatwasser per dag gemiddeld 2,4 liter water per persoon verbruikt, 0,5 liter meer dan drie jaar geleden. Gelijktijdig daalde de handafwas overigens met 0,2 liter.
Watergebruik naar leeftijd
Jonge kinderen (onder de 12 jaar) verbruiken relatief weinig water evenals ouderen (65+). Vooral jongeren van 18-24 jaar verbruiken relatief veel water. Dit is voornamelijk te wijten aan het water verbruik bij het douchen en de handafwas. De groep van 65+ heeft een relatief hoog toiletverbruik.
Watergebruik naar gezinsgrootte
Kleinere huishoudens verbruiken per persoon meer water dan grotere huishoudens.
Eenpersoons- en driepersoonshuishoudens verbruiken relatief veel water bij het douchen. Tweepersoonshuishoudens verbruiken relatief meer water via het toilet.
Gemiddeld aantal liters per dag per persoon:
1 persoons-gezin 128,8
2 persoons-gezin 128,6
3 persoons-gezin 130,1
4 persoons-gezin 120,3
5 persoons-gezin 115,6
Watergebruik naar sekse
Mannen verbruiken aanzienlijk minder water dan vrouwen; 119.5 liter per persoon per dag tegenover 133.2 liter per persoon per dag voor vrouwen. Dat verschilt dus bijna 14 liter per dag. Vrouwen staan vooral langer onder de douche en maken vaker gebruik van het toilet.
Watergebruik naar herkomst
Evenals bij eerdere onderzoeken blijken allochtonen meer water te verbruiken dan autochtonen. Een autochtoon verbruikt per dag gemiddeld 123.6 liter en een allochtoon gemiddeld 151.6 liter. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door een verschillend douchegedrag.
Bron: Nederlands Watermuseum
