Terug naar de terp?

Rubrieken

Discussies

Toelichting op de stelling

Het Nederlandse waterbeheer is – wat veiligheid betreft – grotendeels ingesteld op het verkleinen van de kans op een overstroming. Neemt die kans toe, dan maken we de dijken gewoon hoger. Veel minder duidelijk en daadkrachtig is Nederland tot nu toe geweest in het ontwikkelen van preventieve maatregelen. Weliswaar is er een watertoets voor nieuw te bouwen wijken, maar die heeft alleen invloed op het beperken van wateroverlast bij veel neerslag. Er bestaat geen regelgeving die ervoor zorgt dat bijvoorbeeld nieuwbouwwijken geen of minder gevolgen ondervinden van een overstroming. Als je een bouwplaats eerst met Noordzeezand opspuit tot vijf meter boven NAP, kun je daar een superveilige woonwijk op bouwen, stelt Jeroen Aerts, onderzoeker bij het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit in Amsterdam.


26-03-2008 / 10:57


Transparante bouwwerken
De overstap naar het risicodenken in het waterbeheer is een grote stap voorwaarts, maar eigenlijk ook het terughalen van bekende concepten. Dicht bij huis zijn er de wierden en terpen. Verder weg, in Bangladesh bijvoorbeeld, zijn er langs de kust voor de bewoners vluchtplaatsen gebouwd waar ze bij dreiging van hoog water ten gevolge van cyclonen en tsunami’s naartoe kunnen gaan. Ook in de ecologie zijn hoogwater¬vluchtplaatsen een bekend fenomeen: de kwelders en binnendijkse gronden langs de waddenkust voor de vogels. We kunnen het risico verkleinen door op grootschalige wijze laaggelegen gebieden met veel zand omhoog te brengen, maar er zijn eenvoudiger en goedkopere (en duurzamer?) oplossingen. Niet meer bouwen waar je dat echt niet meer zou moeten willen, en daar waar onder NAP wordt gewoond zorgen voor voldoende hoogwatervluchtplaatsen, die voor iedereen – mens en dier – op tijd bereikbaar zijn. In laaggelegen steden staan er overigens al veel, dat zijn alle flatgebouwen, maar die moeten voor deze functie dan wel geschikt worden gemaakt. Gelukkig hebben we ook nog plekken zonder flatgebouwen, waar de ruimtelijkheid en de cultuurhistorie van de polders waardevol zijn. Daar zie ik hoogwater¬vluchtplaatsen voor me: prachtig ontworpen, transparante bouwwerken; echte kunststukken.

Arike Tomson, Sectorhoofd waterkeringen en waterhuishouding, Waterschap Noorderzijlvest


26-03-2008 / 10:59


Angst is een slechte raadgever

In mijn straat lopen steeds meer dieven rond, die het op mijn inboedel hebben voorzien. Het wordt dus tijd om maatregelen te nemen. Onderzoekers van de gemeente hebben een idee: alle meubels die we van nu af aan kopen, stevig vastbouten aan de vloer. Ze zijn er mee op TV geweest, en dat maakt indruk. Toch heb ik het gevoel dat mijn hang-en-sluitwerk en bovendien de politie hierin ook een rol spelen. ‘Dat klopt’, zeggen de onderzoekers, ‘maar we doen alles! Boeven vangen én meubels vastbouten.’ Jeroen Aerts stelt voor om 10 procent van de Neder¬landse inrichting te beschermen voor 15 miljard euro en een gigantische CO2-voetafdruk. Met 10 miljard euro en veel minder CO2 kunnen we heel Nederland beschermen. We verscherpen de normen van de keringen, zoals die nu bij VNK en WV21 worden uitgewerkt volgens de methode-Van Dantzig, én we leven die na. We voegen dijkringen samen om de totale lengte primaire keringen te reduceren en dijkbewoners te sparen. Gevaarlijk water wordt dan makelaarswater en de voormalige keringzones maken een waarde¬sprong. We blijven wonen onder NAP, en dat is een beetje eng, maar angst is een slechte raadgever.

Ties Rijcken, Coordinator climate adaption lab, TU Delft


26-03-2008 / 11:11


Hafencity Hamburg

Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw neemt het bewustzijn van de noodzaak van een meer duurzame ruimtelijke ordening toe. Anders omgaan met water is daarvan een van de hoekstenen. ‘Anders’ is bijvoorbeeld het accepteren van overstromingen in ons concept van hoogwa¬terveiligheid. Dat betekent dat we overstappen van een kans- naar een risicobenadering. Investeringen in overstromingsge¬voelige gebieden mogen er niet toe leiden dat de gevolgen van een overstroming toenemen (risico = kans x gevolg). Het opspuiten van bouwgrond tot 5 meter boven NAP is zo’n gevolgbeperkende maatregel. De vraag is alleen of een dergelijke maatregel ook bijdraagt aan een duurzame ruimtelijke ordening. Waarom geen adaptatiemaatregelen op het niveau van de gebouwen zelf, die de identiteit van het landschap intact laten en bovendien bijdragen aan de bewustwording van het feit dat we onder de zeespiegel en langs grote rivieren wonen? Het grootschalige buitendijkse project Hafencity Hamburg is hiervan een illustratief voorbeeld. Alleen boven + 7.50 m NAP wordt daar gewoond. Op dat niveau zijn ook vlucht- en hulpwegen aangelegd. Alles daaronder is bedoeld voor garages, kantoren of horeca. Overigens zal de overstromingsproblematiek niet ons voornaamste waterprobleem zijn. Ook met een stijgende zeespiegel zullen we de komende eeuw nog wel beschermd zijn tegen het wassende water. Veel grotere problemen zijn te verwachten op het gebied van wateroverlast bij hevige neerslag en watertekort in periodes van langdurige droogte. Voor de ruimtelijke ordening ligt hier de grootste uitdaging.

Monique de Groot, Stedebouwkundig medewerker Xplorelab, Provincie Zuid-Holland


26-03-2008 / 11:19


Doorbraakvrije dijken

Met deze stelling ben ik het niet eens. Een andere ruimtelijke ordening focust vooral op het beperken van de gevolgen. Naar mijn mening dient juist het voorkómen van de gevolgen, de preventie, goed op orde te blijven. Met het oog hierop is de normering van dijken en rivieren van belang. Hiermee leg je de kans van de gevolgen vast. In geval van compartimentering wordt in feite een overstroming aan de ene kant geaccepteerd en aan de andere kant niet. Deze keuze betekent nogal wat voor de veiligheid van de betrokken gebieden. Hieraan moet een maatschappelijke discussie vooraf gaan, die we nog moeten starten. De preventie kan bijvoorbeeld door ‘doorbraakvrije’ dijken, waarbij we huidige dijken verbreden of versterken. Op deze manier kan de ruimtelijke ordening gewoon weer rekenen op een veilig binnendijks gebied zoals we dat al jaren gewend zijn.

Annemarie Moons, Gedeputeerde economie duurzaamheid en waterveiligheid, Provincie Noord-Brabant


26-03-2008 / 12:11

Doorbraakvrije dijken
11-04-2008 / 14:53

Met deze stelling ben ik het niet eens. Een andere ruimtelijke ordening focust vooral op het beperken van de gevolgen. Naar mijn mening dient juist het voorkómen van de gevolgen, de preventie, goed op orde te blijven. Met het oog hierop is de normering van dijken en rivieren van belang. Hiermee leg je de kans van de gevolgen vast. In geval van compartimentering wordt in feite een overstroming aan de ene kant geaccepteerd en aan de andere kant niet. Deze keuze betekent nogal wat voor de veiligheid van de betrokken gebieden. Hieraan moet een maatschappelijke discussie vooraf gaan, die we nog moeten starten. De preventie kan bijvoorbeeld door ‘doorbraakvrije’ dijken, waarbij we huidige dijken verbreden of versterken. Op deze manier kan de ruimtelijke ordening gewoon weer rekenen op een veilig binnendijks gebied zoals we dat al jaren gewend zijn. Annemarie Moons, Gedeputeerde economie duurzaamheid en waterveiligheid, Provincie Noord-Brabant


14-04-2008 / 14:14